Home arrow Klachtenregeling  
 
Klachtenregeling
1.        Waarom een klachtencommissie?

Het bevoegd gezag van een school is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Kwaliteitswet. In de wet is opgenomen dat scholen ieder vier jaar verplicht zijn een schoolplan op te stellen en ieder jaar een schoolgids uit te brengen.

Daarnaast moet de school een klachtenregeling vaststellen. Deze regeling stelt ouders, leerlingen en personeel is staat om klachten over de gang van zaken en gebeurtenissen in een school aan de orde te stellen. De wetgever biedt met de klachtenregeling een signaalfunctie voor de kwaliteit van het geboden onderwijs. Het is de bedoeling dat de communicatie tussen leerlingen, ouders en school erdoor verbeterd wordt.

Bij het vaststellen van de klachtenregeling is uitgegaan van een aantal regels. Er is gekozen voor een kaderregeling, (modelklachtenregeling) zodat iedere school de vrijheid heeft om een regeling op te stellen die past bij de grootte van de school, de opzet en het type.

De klachtenregeling moet laagdrempelig zijn. Het is de bedoeling dat de gang van zaken in de school tussen leerlingen, personeel en schoolleiding in eerste instantie onderling (op school) wordt opgelost. Als dit niet kan door de aard van de klacht of als de klacht niet naar tevredenheid is behandeld, dan kan men in het uiterste geval een beroep doen op de klachtencommissie.

In de wet is geen omschrijving gegeven van het soort klachten dat binnen de regeling behandeld kan worden. Er wordt alleen vermeld dat de klachten betrekking hebben op een gedraging (of het nalaten van een gedraging) of op een beslissing (of het nalaten van een beslissing).

Klachten waarvoor een aparte regeling en proceduremogelijkheid bij een commissie bestaat, worden langs die lijn afgehandeld.  Dit betreft o.a.:

-    Het examenreglement en
-    Het  leerlingenstatuut.
 
 
2.     Procedure op school en bij de klachtencommissie.

Procedure op school

Indien er sprake is van een klacht raadt de klachtencommissie altijd aan om allereerst de klacht zelf te bespreken met degene tegen wie uw klacht gericht is of met de schoolleiding. U zet uw klacht pas door als dit soort gesprekken niet tot een bevredigend resultaat hebben geleid.

Volgens de klachtenregeling op uw school zult u in de meeste gevallen met uw klacht daarna terechtkomen bij (de vertrouwenspersoon) van het bestuur

Samen met de vertrouwenspersoon kunt u besluiten met uw klacht hogerop te gaan. U kunt ook zelfstandig tot dit besluit komen, zonder de vertrouwenspersoon in te schakelen.

Indien de klacht helemaal niet op school besproken is zal de klachtencommissie u in eerste instantie terugverwijzen!

Procedure bij de commissie.

Een klacht moet  schriftelijk en persoonlijk ondertekend worden ingediend bij de Commissie. Indien het voor de klager onmogelijk is om zo’n brief op te stellen, is het ook mogelijk de klacht mondeling in te dienen. Het secretariaat van de klachtencommissie maakt dan een verslag en stuurt dit ter ondertekening toe.

Het is dus niet mogelijk een klacht per e-mail in te dienen. De klachtencommissie zal altijd om een handtekening vragen. In principe stelt de klager zijn of haar klaagschrift zelf op: in klaagschrift moeten de volgende zaken zijn opgenomen:

a.       de naam en het adres van de klager.
b.       een precieze omschrijving van de klacht.
c.       de naam en het adres van de verweerder (school, en evt. aangeklaagde).
d.       de dagtekening en ondertekening.

Tevens ontvangt de commissie graag alle schriftelijke correspondentie die van belang is om uw klacht te verduidelijken. Indien het klaagschrift één van de genoemde zaken niet bevat, geeft de voorzitter de klager bepaalde termijn geven dit verzuim te herstellen. Indien deze termijn wordt overschreden, dan kan de Commissie besluiten de klacht helemaal niet in behandeling te nemen.

Ontvangstbevestiging en in behandeling nemen.

Zo snel mogelijk na ontvangst van het klaagschrift krijgt klager hiervan een ontvangstbevestiging. Dit is niet hetzelfde als de beslissing om de klacht in behandeling te nemen. Daarover beslist de Commissie apart.
In de meeste gevallen wordt de behandelprocedure na twee weken in werking gezet. Deze begint met het toezenden van het klaagschrift en eventuele bijlagen aan verweerder(s). Dit zijn in ieder geval de directie en het bestuur.  

Vervolgens laat de Commissie het bevoegd gezag (het bestuur), de schoolleider en eventueel de aangeklaagde van de betrokken school weten dat er een klacht is ingediend en zij die in behandeling heeft genomen. Hierbij vraagt de commissie om inlichtingen. Gevraagd wordt aan bevoegd gezag, schoolleider en eventueel de aangeklaagde om aan te geven wat er allemaal is gedaan om de klacht binnen de school op te lossen. De verweerders dienen binnen 14 werkdagen op de klacht te reageren.

Doorsturen stukken

Alle  brieven en documenten die u aan de commissie stuurt zijn openbaar voor de partijen. Dit betekent dat alle stukken die de Commissie ontvangt gekopieerd worden en ongewijzigd aan alle partijen die bij de klacht betrokken zijn gestuurd worden.

Geheimhouding.

Degenen die bij de behandeling van een klacht betrokken zijn, zijn verplicht tot geheimhouding. Als ze beschikken over gegevens die betrekking hebben op de klacht, dan moeten zij deze bewaren. Zowel directie, contactpersonen, vertrouwenspersonen als bevoegd gezag moet een eigen archief aanhouden van alle zaken die in het kader van de klachtbehandeling in hun bezit is gekomen.

Hoorzitting

Zodra de commissie alle stukken heeft ontvangen plant zij een hoorzitting. Deze zitting wordt gehouden in Utrecht, Rotterdam, Groningen of Leeuwarden en vindt 's avonds vanaf 19.00 plaats. De hoorzitting wordt binnen 4 à 6 weken na ontvangst van de reactie van de verweerders (aangeklaagden) gepland. Tijdens de hoorzitting wordt klager samen met het bevoegd gezag, de schoolleider en eventueel de aangeklaagde uitgenodigd om aanwezig te zijn. De commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden. De samenstelling van de commissie zal afhangen van de aard van de klacht.

Getuigen en deskundigen

Zowel de voorzitter als partijen kunnen getuigen of deskundigen oproepen cq meebrengen voor de zitting. Als de Commissie zelf getuigen en deskundigen oproept, meldt zij dit aan partijen. Partijen moeten de door hen gewenste getuige of deskundige uiterlijk drie werkdagen voor de zitting bij de Commissie aanmelden. De Commissie kan dan de wederpartij hierover nog informeren. Overigens kan de Commissie afzien van het horen van getuigen of deskundigen indien zij dat horen niet zinvol (meer) acht. Tijdens de zitting kan de Commissie tot de conclusie komen dat zij voldoende informatie heeft gekregen. Bij getuigen kunt u denken aan personen van binnen of buiten de schoolgemeenschap die bij een bepaalde gebeurtenis aanwezig zijn geweest of zelf een soortgelijke ervaring hebben gehad of anderszins betrokken zijn geweest bij de voorliggende klacht. Bij deskundigen kan het gaan om iemand van de onderwijsbegeleidingsdienst, een onderzoeksbureau, een schoolarts, of anderen.

Procedure ter zitting

De zittingen van de Commissie zijn niet openbaar.

Tijdens de zitting krijgen klager en verweerder de gelegenheid:

a.       Hun belangen voor te dragen of door een gemachtigde te doen voordragen.
b.       Getuigen en deskundigen te doen horen.
c.       Zich te laten vergezellen door één aan hen vertrouwd persoon.
d.       Horen klager en verweerder

Klager en verweerder (of hun gemachtigden) krijgen ter zitting de gelegenheid het woord te voeren en vragen van de Commissie te beantwoorden en na het horen nogmaals het woord te voeren. Als klager of verweerder zelf niet verschijnt ter zitting, maar diens gemachtigde wel, moet de laatste zijn voorzien van een schriftelijke lastgeving alvorens hij of zij namens die partij het woord mag voeren.

b.       Getuigen en deskundigen te doen horen

Tenzij de Commissie afziet van het horen van door klager of verweerder meegebrachte getuigen en deskundigen, verloopt het horen van deze personen via de voorzitter. Het is mogelijk dat de voorzitter, behalve aan de andere commissieleden, ook partijen gelegenheid biedt - via hem - de getuige of deskundige vragen te stellen.

c.        Zich te laten vergezellen door één aan hen vertrouwd persoon.

Het is partijen toegestaan één iemand mee te brengen als vertrouwd persoon. Deze dient voor persoonlijke ondersteuning en mag op de zitting niet het woord voeren. Indien u wilt dat een u vertrouwd persoon ook gehoord wordt, dient u deze persoon aan te melden als getuige of deskundige (zie verder getuigen en deskundigen).

Gescheiden horen.

Klager en verweerder worden in elkaars aanwezigheid gehoord, tenzij klager of verweerder de voorzitter heeft verzocht om partijen buiten elkaars aanwezigheid te horen en de voorzitter de daarvoor aangevoerde redenen gewichtig genoeg vindt. De reden kan zijn dat een confrontatie tussen partijen risicovol is of traumatiserend kan zijn. Indien er sprake is van een klacht die betrekking heeft op seksueel misbruik of seksuele intimidatie zal er altijd gescheiden gehoord worden.

Ook zonder een dergelijk verzoek kan de Commissie zelf beslissen tot het gescheiden horen van partijen.
In het geval een minderjarige partij is, hoort de Commissie partijen in beginsel buiten elkaars aanwezigheid.
Als er sprake is van gescheiden horen, is het aan de gemachtigde van ieder der partijen wel toegestaan het horen van de wederpartij bij te wonen. In dit geval is het dus zinvol over een gemachtigde te beschikken.

Schriftelijke behandeling.

Het Reglement van de klachtencommissie maakt het mogelijk dat de Commissie besluit een klacht uitsluitend schriftelijk te behandelen, tenzij klager of verweerder naar het oordeel van de fungerende voorzitter gegronde bezwaren tegen schriftelijke behandeling inbrengen. Dan volgt er alsnog een behandeling ter zitting. Bij schriftelijke behandeling krijgt verweerder de normale termijn voor het indienen van een verweerschrift en vervolgens klager twee weken de tijd op dit verweerschrift te reageren (= repliek).

De reactie van klager brengt de Commissie ter kennisname van verweerder, die daarop weer binnen tweweken kan reageren (= dupliek). Van deze dupliek zendt de Commissie klager een afschrift. Na sluiting van de schriftelijke behandeling volgt de procedure voor het vaststellen van het advies. 

Advies

De Commissie beraadslaagt in besloten vergadering over het advies dat zij over de klacht zal geven. Bij deze beraadslaging dienen alle leden die tot de behandelende Commissie behoren, aanwezig te zijn. De Commissie beslist met meerderheid van stemmen.

Het kan zijn dat de Commissie na de sluiting van de zitting (of na beëindiging van schriftelijke behandeling, zie Schriftelijke behandeling, ) van oordeel is dat voortzetting op een nieuwe zitting moet plaatsvinden of dat zij schriftelijk nog nadere inlichtingen bij partijen of derden wil inwinnen. In dat geval schort zij de termijn voor het vaststellen van haar advies op.

Termijn vaststellen advies.

Tenzij de Commissie de behandeling van de klacht nog niet kan afronden, zoals hierboven genoemd, stelt zij binnen vier weken na de sluiting van de zitting of de schriftelijke behandeling het advies vast. De fungerende voorzitter kan deze termijn met ten hoogste vier weken verlengen.

Inhoud advies

Het advies van de Commissie bestaat meestal uit twee delen.
  • Het bevat in ieder geval een gemotiveerd oordeel over het al dan niet gegrond zijn van de klacht.
  • Het kan aanbevelingen bevatten aan het bevoegd gezag voor te treffen maatregelen. Het advies wordt getekend door de fungerende voorzitter en de dienstdoende secretaris.

Bekendmaken advies.

De Commissie zendt haar advies toe aan alle partijen.

Na de klachtbehandeling door de klachtencommissie

Beslissing bevoegd gezag.

Het laatste dat de klachtencommissie met de klacht doet is het toezenden van haar advies aan het bevoegd gezag van uw school. Dit bevoegd gezag moet op grond van de Wet zowel klager als de Klachtencommissie binnen vier weken na ontvangst van dit advies, schriftelijk meedelen of:

a.  het oordeel over de gegrondheid van de klacht deelt
b.  het naar aanleiding van dat oordeel maatregelen zal nemen en zo ja, welke.

Mogelijkheden van beroep

Tegen het advies van de klachtencommissie kan men geen beroep aantekenen.

Vertrouwenspersonen.

Interne vertrouwenspersonen voor de vestigingen in Delfzijl:

Afd. VMBO:
Mevrouw S. Engwirda, Zilverlaan 56, 9743 RL  Groningen
Mevrouw S.D. Frankema-Frouws, Handelsstraat 40, 9501 EV  Stadskanaal.
De heer Z. de Wit, Hoofdstraat 76, 9514 BG  Gasselternijveen

Afd. HAVO/VWO:
Mevrouw C.H. Faber-van der Laan, Spinozalaan 31, 9752  NR  Haren
De heer E.P. Veld, De Streekweg 18, 9956 PS  Den Andel

Voor de vestiging in Siddeburen:
Mevrouw A. Boersma-Heemstra, Buizerd 13, 9628 ES  Siddeburen
De heer R. de Groote, Brinkslaan 14, 9626 BP  Schildwolde

Externe vertrouwenspersoon:
Mevrouw J. Holtrust, Borgweg 90, 9616 TK  Scharmer.


4.        Samenstelling klachtencommissie

Contactpersoon en adres:
Mevrouw Mr. A.C. Melis, Postbus 694, 2270 AR  Voorburg.

Voorzitter en plaatsvervangers
mr H.C. Naves, coördinerend vice-president rechtbank Rotterdam
mr A.A. Lycklama à Nijeholt,  voormalig directeur provinciale dienst prov. Friesland
mw. mr E.I. Batelaan-Boomsma, rechter
mr Joh.C. Westmaas, burgemeester Meppel 

Secretarissen/griffiers
mw. mr A. De Visser, advocaat
mw. mr B. Jongedijk-Eijsink, advocaat    
mw. mr F.J.H. Stevens, jurist
mw. mr A.A. Jobse, jurist    
mw. mr M. Mulder-Das,  jurist
mw. mr A.C. Melis-Gröllers, jurist
mw. mr H.M. Vos, jurist

Commissieleden
drs K.M.P.A.M. Hàbryka, huisarts
mw. drs R. ter Veen-Zielhuis, voormalig schoolpsychologe
mw. mr W. van Blitterswijk-Dansberg, rechter plv
drs L. van Noort, voormalig rector
mw. drs M. Hoogenkamp, pedagoog/onderwijskundige
mw. mr M. Iedema, advocaat generaal
drs K.B. Visser, onderwijskundige
A.T. Huizer, voormalig directeur basisschool
mw. mr W. Taal, mediator/procesbegeleider
M.R.A. Luijpen, voormalig voorzitter College van Bestuur

Commissieleden Noordelijke Klachten
mr F.J. Agema, rechter
dhr M.S. Veldstra, consultant
mr F.E. Kronemeijer, jurist
mw mr P. ten Cate-Visser, jurist
dhr. B. Visser, voormalig docent lerarenopleiding basisonderwijs/vertrouwenspersoon
mw drs G. Moes-ten Brug, arts jeugdgezondheidszorg
dhr W.J.L. Feitsma, trainer, docent sociale vaardigheden
mr. W.R.van der Velde, advocaat


5.        KLACHTENREGELING FIVELCOLLEGE.


Hoofdstuk 1  Begripsbepalingen.

Artikel 1.


1.  In deze regeling wordt verstaan onder:

a.  school: een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en de Wet op het  voortgezet onderwijs;
b.  commissie: de commissie als bedoeld in artikel 4;
c.  klager: een (ex-)leerling, een ouder/voogd/verzorger van een minder­jarige (ex-)leerling, (een lid van) het personeel, (een lid van) de directie, (een lid van) het bevoegd gezag of een vrijwilliger die werkzaamheden verricht voor de school, alsmede een persoon die anderszins deel uitmaakt van de schoolgemeenschap, die een klacht heeft ingediend;
d.  klacht: klacht over gedragingen en beslissingen dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen van de aangeklaag­de;
e.  vertrouwenspersoon: de persoon als bedoeld in artikel 3;
f.   aangeklaagde: een (ex-)leerling, ouder/voogd/verzorger van een min­derjarige (ex-)leerling, (een lid van) het personeel, (een lid van) de directie, (een lid van) het bevoegd gezag of een vrijwilliger die werkzaamheden verricht voor de school, alsmede een persoon die an­derszins deel uitmaakt van de schoolgemeenschap, tegen wie een klacht is ingediend;
g.  benoemingsadviescommissie: een door het bevoegd gezag ingestelde commissie die bestaat uit leden aangewezen door de geledingen ouders/leerlingen, personeel en bevoegd gezag.

Hoofdstuk 2  Behandeling van de klachten.

Paragraaf 1             De vertrouwenspersoon

Artikel 2. Aanstelling en taken vertrouwenspersoon.

1.  Het bevoegd gezag beschikt over ten minste één vertrouwenspersoon die functioneert als aanspreekpunt bij klachten.
2.  Het bevoegd gezag benoemt, schorst en ontslaat de vertrouwenspersoon. De benoeming vindt plaats op voorstel van de benoemingsadviescommissie.
3.  De vertrouwenspersoon gaat na of door bemiddeling een oplossing kan worden bereikt. De vertrouwenspersoon gaat na of de gebeurtenis aanlei­ding geeft tot het indienen van een klacht. Hij begeleidt de klager desgewenst bij de verdere procedure en verleent desgewenst bijstand bij het doen van aangifte bij politie of justitie.
4.  De vertrouwenspersoon verwijst de klager, indien en voorzover noodzake­lijk of wenselijk, naar andere instanties gespecialiseerd in opvang en nazorg.
5.  Indien de vertrouwenspersoon slechts aanwijzingen, doch geen concrete klachten bereiken, kan hij deze ter kennis brengen van de klachtencom­missie of het bevoegd gezag.
6.  De vertrouwenspersoon geeft gevraagd of ongevraagd advies over de door het bevoegd gezag te nemen besluiten.
7.  De vertrouwenspersoon neemt bij zijn werkzaamheden de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht. De vertrouwenspersoon is verplicht tot geheim­houding van alle zaken die hij in die hoedanigheid verneemt. Deze plicht vervalt niet nadat betrokkene zijn taak als vertrouwenspersoon heeft beëindigd.
8.  De vertrouwenspersoon brengt jaarlijks aan het bevoegd gezag schrifte­lijk verslag uit van zijn werkzaamheden.

Paragraaf 2             De klachtencommissie

Artikel 3. Instelling en taken klachtencommissie.
1.  De klachtencommissie van het Fivelcollege is de Landelijke Klachtencommissie primair onderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, ingesteld door de Besturenraad protestants-christelijk onderwijs te Voorburg.

2.  De klachtencommissie geeft gevraagd of ongevraagd advies aan het bevoegd gezag over:
a. (on)gegrondheid van de klacht;
b. het nemen van maatregelen;
c. overige door het bevoegd gezag te nemen besluiten.

3.  De klachtencommissie neemt, ter bescherming van de belangen van alle direct betrokkenen, de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht bij de behandeling van een klacht. De leden van de klachtencommissie zijn verplicht tot geheimhouding van alle zaken die zij in die hoedanigheid vernemen. Deze plicht vervalt niet nadat betrokkene zijn taak als lid van de klachtencommissie heeft beëindigd.

4.  De klachtencommissie brengt jaarlijks aan het bevoegd gezag schriftelijk verslag uit van haar werkzaamheden.

Artikel 4. Samenstelling klachtencommissie.

1.  De commissie bestaat uit een voorzitter en tenminste twee leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door het bestuur. De benoeming vindt plaats na overleg met de in de N.P.C.S. participerende personeelsorganisaties en Ouders en Co.
2.  Het bestuur benoemt overeenkomstig het eerste lid de plaatsvervangende leden.
3.  De commissie is zodanig samengesteld dat zij voldoende deskundig moet worden geacht voor de behandeling van de klachten.
4.  De commissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan.
5.  Het bestuur wijst een secretaris aan.

Artikel 5. Zittingsduur.

1.  De (plaatsvervangende) leden van de commissie worden benoemd voor een periode van vier jaar en zijn terstond herbenoembaar. De commissie draagt zorg voor de opstelling van een rooster van aftreden.
2.  De voorzitter en de leden kunnen op ieder moment ontslag nemen.
3.  Uiterlijk drie maanden voor het ontstaan van een vacature wegens periodieke aftreding geeft de voorzitter van de commissie daarvan kennis aan het bestuur.
4.  Bij ontstaan van een vacature anders dan door periodieke aftreding geeft de voorzitter van de commissie binnen acht dagen daarvan kennis aan het bestuur.

Paragraaf 3             De procedure bij de klachtencommissie
Artikel 6. Indienen van een klacht.

 1.  De klager dient de klacht in bij:
 a.  het bevoegd gezag; of
 b.  de klachtencommissie.
 2.  De klacht dient binnen een jaar na de gedraging of beslissing te wor­den ingediend, tenzij de klachtencommissie anders beslist.
 3.  Indien de klacht bij het bevoegd gezag wordt ingediend, verwijst het bevoegd gezag de klager naar de vertrouwenspersoon of klachtencommis­sie, tenzij toepassing wordt gegeven aan het vierde lid.
 4.  Het bevoegd gezag kan de klacht zelf afhandelen indien hij van mening is dat de klacht op een eenvoudige wijze kan worden afgehandeld. Het bevoegd gezag meldt een dergelijke afhandeling op verzoek van de klager aan de klachtencommissie.
 5.  Indien de klacht wordt ingediend bij een ander orgaan dan de in het eerste lid genoemde, verwijst de ontvanger de klager aanstonds door naar de klachtencommissie of naar het bevoegd gezag. De ontvanger is tot geheimhouding verplicht.
 6.  Het bevoegd gezag kan een voorlopige voorziening treffen.
 7.  Op de ingediende klacht wordt de datum van ontvangst aangetekend.
 8.  Na ontvangst van de klacht deelt de klachtencommissie het bevoegd ge­zag, de klager en de aangeklaagde binnen vijf werkdagen schriftelijk mee dat zij een klacht onderzoekt.
 9.  Het bevoegd gezag deelt de rector schrifte­lijk mee dat er een klacht wordt onderzocht door de klach­tencommissie.
10.  Klager en aangeklaagde kunnen zich laten bijstaan of laten vertegen­woordigen door een gemachtigde.

Artikel 7.  Intrekken van de klacht.

Indien de klager tijdens de procedure bij de klachtencommissie de klacht intrekt, deelt de klachtencommissie dit aan de aangeklaagde, het bevoegd gezag en de directeur van de betrokken school mee.

Artikel 8. Inhoud van de klacht.

1.  De klacht wordt schriftelijk ingediend en ondertekend.
2.  Van een mondeling ingediende klacht wordt terstond door de ontvanger als bedoeld in artikel 7, eerste lid een verslag gemaakt, dat door de klager voor akkoord wordt ondertekend en waarvan hij een afschrift ontvangt.
3.  De klacht bevat ten minste:
a.  de naam en het adres van de klager;
b.  de dagtekening;
c.  een omschrijving van de klacht.
4.  Indien niet is voldaan aan het gestelde in het derde lid, wordt de klager in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen twee weken te her­stellen. Is ook dan nog niet voldaan aan het gestelde in het derde lid, dan kan de klacht niet-ontvankelijk worden verklaard.
5.  Indien de klacht niet-ontvankelijk wordt verklaard wordt dit aan de klager, de aangeklaagde, het bevoegd gezag en de directeur van de betrokken school gemeld.

Artikel 9. Vooronderzoek.

De klachtencommissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van de klacht bevoegd alle gewenste inlichtingen in te winnen. Zij kan daartoe deskundigen inschakelen en hen zo nodig uitnodigen voor de hoorzit­ting. Indien hieraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het bevoegd gezag vereist.


Artikel 10. Hoorzitting

1.  De voorzitter bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de klager en de aangeklaagde tijdens een niet-openbare vergadering in de gelegen­heid worden gesteld te worden gehoord. De hoorzitting vindt plaats binnen vier weken na ontvangst van de klacht.
2.  De klager en de aangeklaagde worden buiten elkaars aanwezigheid gehoord, tenzij de klachtencommissie anders bepaalt.
3.  De klachtencommissie kan bepalen, al dan niet op verzoek van de klager of de aangeklaagde, dat de vertrouwenspersoon bij het verhoor aanwezig is.
4.  Van het horen van de klager kan worden afgezien indien de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.
5.  Van de hoorzitting wordt een verslag gemaakt. 
Het verslag bevat:
a.  de namen en de functie van de aanwezigen;
b.  een zakelijke weergave van wat over en weer is gezegd.
6.  Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

Artikel 11. Advies.

1.  De klachtencommissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het advies.
2.  De klachtencommissie rapporteert haar bevindingen schriftelijk aan het bevoegd gezag, binnen vier weken nadat de hoorzitting heeft plaatsgevon­den. Deze termijn kan met vier weken worden verlengd. Deze verlenging meldt de klachtencommissie met redenen omkleed aan de klager, de aange­klaagde en het bevoegd gezag.
3.  De klachtencommissie geeft in haar advies een gemotiveerd oordeel over het al dan niet gegrond zijn van de klacht en deelt dit oordeel schrif­telijk mee aan de klager, de aangeklaagde en de directeur van de betrokken school.
4.  De klachtencommissie kan in haar advies tevens een aanbeveling doen over de door het bevoegd gezag te treffen maatregelen.


Artikel 12. Quorum.

Voor het houden van een zitting is vereist, dat ten minste twee leden van de klachtencommissie, waaronder de voorzitter, aanwezig zijn.


Artikel 13. Niet-deelneming aan de behandeling.

De voorzitter en de leden van de klachtencommissie nemen niet deel aan de behandeling van een klacht, indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.


Paragraaf 4.            Besluitvorming door het bevoegd gezag.


Artikel 14. Beslissing op advies.

1.  Binnen vier weken na ontvangst van het advies van de klachtencommissie deelt het bevoegd gezag aan de klager, de aangeklaagde, de directeur van de betrokken school en de klachtencommissie schriftelijk gemotiveerd mee of hij het oordeel over de gegrondheid van de klacht deelt en of hij naar aanleiding van dat oordeel maatregelen neemt en zo ja welke. De mededeling gaat vergezeld van het advies van de klachtencommissie en het verslag van de hoorzitting, tenzij zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten.
2.  Deze termijn kan met ten hoogste vier weken worden verlengd. Deze ver­lenging meldt het bevoegd gezag met redenen omkleed aan de klager, de aangeklaagde en de klachtencommissie.
3.  De beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt door het bevoegd gezag niet genomen dan nadat de aangeklaagde in de gelegenheid is gesteld zich mondeling en/of schriftelijk te verweren tegen de door het bevoegd gezag voorgenomen beslissing.

Hoofdstuk 3.            Slotbepalingen.


Artikel 15. Openbaarheid.

1.  Het bevoegd gezag legt deze regeling op elke school ter inzage.
2.  Het bevoegd gezag stelt alle belanghebbenden op de hoogte van deze regeling.

Artikel 16. Evaluatie.

De regeling wordt binnen vier jaar na inwerkingtreding door het bevoegd gezag, de contactpersoon, de vertrouwenspersoon, de klachtencommissie en de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad geëvalueerd.


Artikel 17. Wijziging van het reglement.

Deze regeling kan door het bevoegd gezag worden gewijzigd of ingetrokken, na overleg met de vertrouwenspersoon en de klachtencommissie, met inachtne­ming van de vigerende bepalingen.


Artikel 18.Overige bepalingen.

1.  In gevallen waarin de regeling niet voorziet, beslist het bevoegd gezag.
2.  De toelichting maakt deel uit van de regeling.
3.  Deze regeling kan worden aangehaald als "klachtenregeling onderwijs".
4.  Deze regeling treedt in werking op ........

De regeling is vastgesteld op ...........


Bijlage.

Reglement van Instelling van de Landelijke Klachtencommissie primair onderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en volwasseneneducatie.

Artikel 1
Begripsbepaling

In dit reglement wordt verstaan onder:
a.  klachtenregeling: de in bijlage 1 bij dit reglement opgenomen modelklachtenregeling primair onderwijs en voortgezet onderwijs, de modelklachtenregeling voor het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie dan wel een door een bij de commissie aangesloten schoolbestuur vastgestelde klachtenregeling voor zover die klachtenregeling afwijkt van de modelklachtenregeling primair onderwijs en voortgezet onderwijs dan wel de modelklachtenregeling voor het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie.
b.  bestuur: het bestuur van de Besturenraad protestants-christelijk onderwijs te Voorburg;
c.  bevoegd gezag: een bevoegd gezag als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de  Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet educatie en beroepsonderwijs.
d.  Besturenraad: de Vereniging Besturenraad protestants-christelijk onderwijs te Voorburg;
e.  school: een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs;
f.   instelling: een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs
g.  commissie: de landelijke klachtencommissie als bedoeld in artikel 4 lid 2 van de klachtenregeling die is ingesteld door de Besturenraad protestants-christelijk onderwijs te Voorburg;
h   klager: een (ex-)leerling, een (ex-) deelnemer, een ouder/voogd/verzorger van een minderjarige (ex-)leerling of (ex-) deelnemer (een lid van) het personeel, (een lid van) de directie, (een lid van) het bevoegd gezag of een vrijwilliger die werkzaamheden verricht voor de school/instelling, alsmede een persoon die anderszins deel uitmaakt van de schoolgemeenschap, die een klacht heeft ingediend;
i.   klacht: een klacht over gedragingen en beslissingen dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen van de aangeklaagde;
j.   contactpersoon: de persoon als bedoeld in artikel 2 van de klachtenregeling;
k.  vertrouwenspersoon: de persoon als bedoeld in artikel 3 van de klachtenregeling;
l.   aangeklaagde: een (ex-)leerling, een (ex-) deelnemer, een ouder/voogd/verzorger van een minderjarige (ex-)-leerling of (ex-)deelnemer, (een lid van) het personeel, (een lid van) de directie, (een lid van) het bevoegd gezag of een vrijwilliger die werkzaamheden verricht voor de school/instelling, alsmede een persoon die anderszins deel uitmaakt van de schoolgemeenschap/instelling, tegen wie een klacht is ingediend.   


Artikel 2
Taak en werkzaamheden

1.  De commissie heeft tot taak onderzoeken in te stellen naar de klachten die haar worden voorgelegd.
2.  De commissie geeft gevraagd of ongevraagd advies aan het bevoegd gezag over:
a.  de (on)gegrondheid van de klacht;
b.  het nemen van maatregelen;
c.  overige door het bevoegd gezag te nemen besluiten.
3.  Zij verricht haar werkzaamheden met inachtneming van de in de klachtenregeling   opgenomen voorschriften dan wel met inachtneming van de door een bij de commissie aangesloten schoolbestuur vastgestelde klachtenregeling, mits die klachtenregeling voldoet aan het gestelde in de artikelen 2 lid 1 en 2 en 3 van dit reglement alsmede aan het gestelde in het huishoudelijk reglement van de commissie.
4.  De commissie kan zich laten bijstaan door een secretaris. Deze moet de hoedanigheid van meester in de rechten hebben verkregen op grond van een met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in het Nederlands recht aan een Nederlandse universiteit. Benoeming en ontslag van de (plaatsvervangend) secretaris vindt plaats door het bestuur.

Artikel 3
Samenstelling

1.  De commissie bestaat uit en voorzitter en tenminste twee leden, die worden benoemd, geschorst en ontslagen door het bestuur. De benoeming vindt plaats na overleg met de in de NPCS participerende personeelsorganisaties en Ouders en Coo.
2.  Het bestuur benoemt overeenkomstig het eerste lid de plaatsvervangende leden.
3.  De commissie is zodanig samengesteld dat zij voldoende deskundig moet worden geacht voor de behandeling van klachten.
4.  De commissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan.
5.  Het bestuur wijst een secretaris aan.

Artikel 4
Vereisten lidmaatschap

(Plaatsv­ervangend) Voorzitter kan slechts zijn hij/zij die de hoedanigheid van meester in de rechten heeft verkregen op grond van een met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in het Nederlands recht aan een Nederlandse universiteit.

Artikel 5
Zittingsduur en vacatures

1. De (plaatsvervangende) leden van de commissie worden benoemd voor de periode van vier jaar en zijn terstond herbenoembaar. De commissie draagt zorg voor de opstelling van een rooster van aftreden.
2. De voorzitter en de leden kunnen op ieder moment ontslag nemen.
3. Uiterlijk drie maanden voor het ontstaan van een vacature wegens periodieke aftreding geeft de voorzitter van de commissie daarvan kennis aan het bestuur.
4. Bij ontstaan van een vacature anders dan door periodieke aftreding geeft de voorzitter van de commissie binnen acht dagen daarvan kennis aan het bestuur.
5. In een opengevallen plaats wordt binnen zes weken voorzien.
6. Een tussentijds benoemd lid neemt op het rooster van aftreden de plaats in van zijn voorganger.


Artikel 6
Kennisgeving samenstelling

1.  Zodra hij/zij benoemd is, geeft de voorzitter aan de bij de commissie aangesloten bevoegde gezagsorganen onverwijld kennis van de samenstelling van de commissie, onder vermelding van zijn/haar adres en van eventuele nadere gegevens die hij/zij van belang acht.
2.  Wijziging van deze gegevens deelt de voorzitter eveneens onverwijld mee aan de genoemde bevoegde gezagsorganen

Artikel 7
Huishoudelijk reglement

1.  De commissie legt met inachtneming van artikel 2, lid 3, de regeling van haar werkzaamheden zo spoedig mogelijk na haar benoeming vast in een huishoudelijk reglement en voorziet daarin in haar secretariaat.
2.  De voorzitter brengt dit reglement, alsmede wijzigingen daarvan, ter kennis van de bij de commissie aangesloten bevoegde gezagsorganen.

Artikel 8
Kosten van de commissie

1.  Aan de voorzitter, de leden en de plaatsvervangers en de secretaris worden door het bestuur de in hun functie gemaakte reis- en verblijfkosten vergoed. Door het bestuur wordt voorzien in een vacatieregeling.
2.  De commissie kan in overleg met het bestuur aan door haar gehoorde getuigen en deskundigen een schadeloosstelling toekennen.
3.  De kosten van de commissie komen ten laste van de bij haar aangesloten bevoegde gezagsorganen volgens een door het bestuur te treffen regeling.

Artikel 9
Aansluiting

1.  Aansluiting bij de commissie is mogelijk voor alle bevoegde gezagsorganen die lid zijn van de Besturenraad. De aansluiting wordt door het bestuur voor ieder bevoegd gezag afzonderlijk geregeld.
2.  Het bestuur kan ook bevoegde gezagsorganen voor bijzonder onderwijs die niet aan de voorwaarde, gesteld in het vorige lid, voldoen, tot aansluiting bij de commissie toelaten. Een verzoek daartoe wordt door of namens het bevoegd gezag schriftelijk bij het bestuur ingediend. Het bestuur beslist over de aansluiting van elk bevoegd gezag afzonderlijk en kan daaraan een termijn stellen Voorts wordt daarbij bepaald welke kosten de aansluiting voor het betrokken bevoegd gezag met zich meebrengt.
3.  Een bevoegd gezag kan, met inachtneming van een opzegtermijn van 3 maanden, de aansluiting van een instelling bij de commissie schriftelijk opzeggen met ingang van 1 januari van enig kalenderjaar.
4.  In afwijking van het in lid 3 bepaalde vindt de eerste aansluiting in ieder geval plaats over de periode van 1 augustus 1998 tot 1 januari 2001, tenzij door het bestuur anders wordt beslist.
5.  Het bestuur heeft het recht met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden de aansluiting bij de commissie te beëindigen om redenen die het bestuur dringend acht.


Artikel 10
Wijziging

1.  Dit reglement kan worden gewijzigd bij besluit van het bestuur, dat daarvan ten spoedigste mededeling doet aan de commissie en aan de bij de commissie aangesloten bevoegde gezagsorganen
2.  De bij de commissie aangesloten bevoegde gezagsorganen hebben het recht wijzigingsvoorstellen bij het bestuur in te dienen.
                      

Huishoudelijk Reglement van de Landelijke Klachtencommissie primair onderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en volwasseneneducatie.


Artikel 1
Aanwijzing griffier.

1.  Met inachtneming van hetgeen is bepaald in artikel 2, vierde lid, van het Reglement van Instelling, wijst de commissie een secretaris (griffier) aan.
2.  Deze is belast met het opstellen van de stukken die van de commissie uitgaan, het samenstellen van het proces-verbaal van de zittingen, het houden van het register van ingekomen en behandelde klachten en het beheer van het archief, een en ander voor zover de commissie zulks niet aan zich houdt.
3.  Bij ontstentenis worden de werkzaamheden van de secretaris waargenomen door degene die daarvoor door de voorzitter is aangewezen.

Artikel 2
Eisen die aan een klacht worden gesteld

1.  De commissie neemt geen klacht in behandeling die niet voldoet aan de volgende vereisten:
a.  de klacht is door klager ondertekend en wordt schriftelijk bij de commissie ingediend dan wel de klacht wordt door klager mondeling ingediend, waarna door de commissie terstond een verslag wordt opgemaakt dat door klager voor akkoord wordt ondertekend en waarvan klager een afschrift ontvangt;
b.  de klacht bevat de naam en het adres van de klager;
c.  de klacht bevat de dagtekening;
d.  de klacht bevat een omschrijving van de klacht.
Bij een klacht worden alle op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd.
2.  De klacht wordt binnen een jaar na de gedraging of beslissing ingediend, tenzij door de Commissie anders wordt bepaald.
3.  Indien de klacht niet voldoet aan de eisen, gesteld in het eerste lid, onder a., b., c. en d., wijst de voorzitter dan wel de secretaris klager op het gepleegde verzuim en nodigt hem/haar uit binnen veertien dagen het verzuim in een aanvullende klacht te herstellen.
4.  De voorzitter dan wel de secretaris tekent op een door hem/haar ontvangen (aanvullende) klacht de datum van ontvangst aan.

Artikel 3
Niet-ontvankelijkverklaring

1.  De klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard indien:
a.  na afloop van de termijn, genoemd in artikel 2, derde lid, niet aan het gestelde in artikel 2, eerste lid, wordt voldaan.
b.  de klacht is ingediend na afloop van de termijn, genoemd in artikel 2, tweede lid, dan wel na afloop van de door de Commissie bepaalde termijn. 
2.  Indien de klacht niet-ontvankelijk wordt verklaard, wordt dit aan de klager, de aangeklaagde, het betrokken bevoegd gezag en de directeur van de betrokken school/instelling gemeld.


Artikel 4
Doorzending en berichtgeving klacht
1.  Na ontvangst van de (aanvullende) klacht deelt de secretaris van de commissie het betrokken bevoegd gezag, de klager en aangeklaagde zo spoedig mogelijk schriftelijk mee dat zij een klacht onderzoekt. De commissie verzoekt het betrokken bevoegd gezag aan de directeur van de betrokken school/instelling mee te delen dat de commissie een klacht onderzoekt.
2.  Klager en aangeklaagde kunnen zich laten bijstaan of laten vertegenwoordigen door een gemachtigde.
3.  Indien de klager tijdens de procedure bij de commissie de klacht intrekt, deelt de klachtencommissie dit aan de aangeklaagde, het betrokken bevoegd gezag en de directeur van de betrokken school/instelling mee.

Artikel 4B

Verweerschrift


De commissie stelt de aangeklaagde in de gelegenheid om binnen 2 weken na toezending van het klaagschrift en de daarbij behorende afschriften, een verweerschrift bij de commissie in te dienen.
Verlenging van de termijn is slechts mogelijk in zeer uitzonderlijke gevallen.

Artikel 5
Vooronderzoek

De commissie is bevoegd, in verband met de voorbereiding en de behandeling van de klacht, alle gewenste inlichtingen in te winnen.

Artikel 6
Getuigen en deskundigen

1.  Indien de commissie dit nodig acht, kan zij, al dan niet op grond van een daartoe strekkend verzoek van klager of aangeklaagde, getuigen of deskundigen ter zitting horen.
2.  Een eventueel verzoek als bedoeld in het vorige lid, moet zo tijdig worden ingediend en zodanig ingericht, dat het de voorzitter redelijkerwijs mogelijk is de getuige of deskundige tenminste een week voor de zitting op te roepen.
3.  Indien de commissie uit eigen beweging getuigen of deskundigen oproept, doet de voorzitter daarvan mededeling aan klager en aangeklaagde.


Artikel 7
Voorbereiding van de hoorzitting

1.  De voorzitter dan wel de secretaris bepaalt plaats, dag en uur, waarop klager en aangeklaagde in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord.
2.  De zitting vindt in beginsel plaats binnen twee maanden na ontvangst van de (aanvullende) klacht.
3.  De voorzitter dan wel de secretaris geeft binnen twee weken na ontvangst van de (aanvullende) klacht aan klager en aangeklaagde per aangetekende brief kennis van de plaats, dag en uur van de zitting.
4.  Tenminste acht dagen voor de zitting zendt de voorzitter dan wel de secretaris aan de (plaatsvervangende) leden van de commissie afschriften van alle op de klacht betrekking hebbende stukken.
5.  Tenminste acht dagen voor de zitting wordt aan klager en aangeklaagde voor zover mogelijk en nog nodig inzage gegeven van alle op het geschil betrekking hebbende stukken.

Artikel 8
Schriftelijke behandeling

1.  Met eenstemmig goedvinden van de Commissie en partijen kan de behandeling van het geschil ook schriftelijk geschieden.
2.  Komt het de voorzitter voor dat de zaak zich leent voor een schriftelijke behandeling, dan geeft hij daarvan uiterlijk 10 dagen na ontvangst van het verweerschrift kennis aan de leden van de Commissie en aan de partijen met de vraag of zij met een zodanige behandeling instemmen en met het verzoek deze vraag binnen 10 dagen na ontvangst te willen beantwoorden.
3.  Beantwoorden beide partijen of één van hen de vraag ontkennend of blijft antwoord achterwege, dan wordt de zaak op de voorgeschreven wijze op een zitting van de Commissie behandeld.

Artikel 9
Wraking en verschoning

1. Tot het sluiten van het onderzoek op de hoorzitting kan op verzoek van klager of aangeklaagde een lid van de commissie worden gewraakt indien
a.  deze persoonlijk belang bij de zaak heeft;
b.  deze aan de klager dan wel aan een van de leden van het bij de klacht betrokken bevoegd gezag in bloed- of aanverwantschap staat tot en met de vierde graad;
c.  deze een advies gegeven heeft met betrekking tot de klacht of met klager of aangeklaagde een bespreking daarover heeft gehad;
d.  er een hoge graad van vriendschap of vijandschap bestaat tussen deze en klager of aangeklaagde;
e.  deze binnen een tijdvak van vijf jaren, voorafgaand aan de datum van ontvangst van de (aanvullende) klacht door de commissie, lid is geweest van het betrokken bevoegd gezag of bij dat bevoegd gezag in betrekking is geweest;
f. daarvoor andere redenen bestaan, waarbij de onpartijdigheid van een lid in geding is.

2.  In elk van de gevallen, bedoeld in het voorgaande lid, kan een lid van de commissie zich verschonen.
3.  Over wraking of verschoning wordt zo spoedig mogelijk door een nieuw samen te stellen commissie, waarin het commissielid of de commissieleden, waarvan de wraking is verzocht, geen zitting heeft of hebben, beslist. Die beslissing wordt genomen bij gewone meerderheid van stemmen. Bij staking van stemming wordt de wraking toegewezen.

Artikel 10
Hoorzitting

1.  De zittingen van de commissie zijn niet openbaar.
2.  Meerderjarige partijen worden in elkaars aanwezigheid gehoord, tenzij één van de partijen daar bij de voorzitter gemotiveerd bezwaar tegen maakt. De voorzitter beslist vervolgens of hij dit bezwaar al dan niet honoreert.  Ingeval een minderjarige partij is, worden partijen in beginsel buiten elkaars aanwezigheid gehoord.
3.  De commissie kan bepalen, al dan niet op verzoek van klager of aan geklaagde, dat de vertrouwenspersoon bij het verhoor aanwezig is.
4. Van het horen van klager kan worden afgezien, indien klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.
5.  Tijdens de zitting wordt aan klager en aangeklaagde de gelegenheid gegeven:
a.  hem/haar belangen voor te dragen of te doen voordragen;
b.  getuigen en deskundigen te doen horen;
c.  kennis te nemen van alle op de klacht betrekking hebbende stukken.
6.  Indien partijen buiten elkaars aanwezigheid worden gehoord  wordt een verslag van de zitting gemaakt. Het verslag bevat:
a.  de namen en de functie van de aanwezigen;
b.  een zakelijke weergave van wat over en weer is gezegd.
7.  Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
8.  Voor het houden van een zitting is vereist dat ten minste twee leden van de commissie, waaronder de voorzitter, aanwezig zijn.

Artikel 11
Advies

1.  De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het advies.
2.  De commissie rapporteert haar bevindingen schriftelijk aan het bevoegd gezag, binnen vier weken nadat de hoorzitting heeft plaatsgevonden. Deze termijn kan met vier weken worden verlengd. Deze verlenging meldt de commissie met redenen omkleed aan klager, aangeklaagde en het betrokken bevoegd gezag.
3.  De commissie geeft in haar advies een gemotiveerd oordeel over het al dan niet gegrond zijn van de klacht en deelt dit oordeel schriftelijk mee aan klager, aangeklaagde en de directeur van de betrokken school/instelling.
4.  De commissie kan in haar advies tevens een aanbeveling doen over de door het betrokken bevoegd gezag te treffen maatregelen dan wel te nemen besluiten.

Artikel 12

Termijnen en schoolvakanties


Met uitzondering van de termijn, genoemd in artikel 2 lid 2 van dit reglement, worden voor de berekening van de in dit reglement vermelde termijnen, de aan de desbetreffende school of instelling geldende schoolvakantiedagen niet meegerekend, behoudens in, naar het oordeel van de voorzitter van de commissie, spoedeisende gevallen

Artikel 13
Wijziging van het huishoudelijk reglement

1.  Dit reglement kan met inachtneming van het Reglement van Instelling te allen tijde door de Commissie worden aangevuld en gewijzigd.
2.  Indien en voor zover een bepaling in dit reglement niet (langer) verenigbaar blijkt te zijn met de bepalingen van het Reglement van Instelling, treedt die bepaling buiten werking en beslist de Commissie zo spoedig mogelijk over haar vervanging.

Aldus door de Commissie vastgesteld op 9 juli 2002 te Voorburg

Toelichting op artikel 4

De commissie vindt dat hiermee is voldaan aan de strekking van art. 7 lid 8 van de modelklachtenregeling ten aanzien van de berichtgeving omtrent de ontvangst van de klacht. Overigens blijkt naleving van de termijn van vijf werkdagen als genoemd in artikel 7, lid 8 van de modelklachtenregeling in de praktijk problematisch te zijn.
       
Toelichting op artikel 7.
 In artikel 11, lid 1 van de modelklachtenregeling is bepaald dat de hoorzitting plaatsvindt binnen vier weken na ontvangst van de klacht. Uitgaande van de gestelde termijnen in dit reglement is de termijn van vier weken niet haalbaar.

 
Artikel 24b van de Wet op het Voortgezet Onderwijs.

1.  Ouders, voogden, verzorgers, dan wel leerlingen, en personeelsleden kunnen bij de klachtencommissie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a. een klacht indienen over gedragingen en beslissingen van het bevoegd gezag of personeel, waaronder discriminatie, dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen door het bevoegd gezag of het personeel.

2.  Het bevoegd gezag treft een regeling voor de behandeling van klachten. Deze regeling vermeldt in ieder geval:
a.  de instelling van een klachtencommissie, die klachten behandelt,
b.  de wijze waarop de klachtencommissie haar werkzaamheden verricht,
c.  de termijn waarbinnen de klager een klacht kan indienen en
d.  de termijn waarbinnen mededeling plaatsvindt van het oordeel, bedoeld in het zesde lid, en hoe bij noodzakelijke afwijking van deze termijn wordt gehandeld.
3.  Deze regeling strekt ter vervanging van klachtenregelingen op grond van andere voorschriften dan dit artikel en strekt niet ter vervanging van een andere voorziening die op grond van een wettelijke regeling, niet zijnde een klachtenregeling, voor de klager openstaat of heeft opengestaan.
4.  Deze regeling
a.  voorziet erin dat de klachten worden behandeld door een klachtencommissie die bestaat uit ten minste drie leden, waaronder een voorzitter die geen deel uitmaakt van het bevoegd gezag en niet werkzaam is voor of bij het bevoegd gezag en
b.  waarborgt dat aan de behandeling van een klacht niet wordt deelgenomen door een persoon op wiens gedraging de klacht rechtstreeks betrekking heeft.
5.  De klager en degene over wie is geklaagd krijgen de gelegenheid 
a.  hun zienswijze mondeling of schriftelijk toe te lichten en
b.  zich bij de behandeling van de klacht te laten bijstaan.
6.  De klachtencommissie vormt zich een oordeel over de gegrondheid van de klacht en deelt dit oordeel, al dan niet vergezeld van aanbevelingen, schriftelijk mede aan de klager, degene over wie is geklaagd en het bevoegd gezag.
7   Het bevoegd gezag deelt de klager en de klachtencommissie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, binnen 4 weken na ontvangst van het in het zesde lid bedoelde oordeel van de klachtencommissie schriftelijk mede of hij het oordeel over de gegrondheid van de klacht deelt en of hij naar aanleiding van dat oordeel maatregelen zal nemen en zo ja, welke. Bij afwijking van de in de eerste volzin bedoelde termijn, doet het bevoegd gezag daarvan met redenen omkleed mededeling aan de klager en de klachtencommissie onder vermelding van de termijn waarbinnen het bevoegd gezag zijn standpunt bekend zal maken.
8. Degene die betrokken is bij de uitvoering van dit artikel en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijze moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
9.  Gegevens die betrekking hebben op een klacht worden bewaard op een plaats die uitsluitend toegankelijk is voor de leden van de klachtencommissie en het bevoegd gezag.

Wijziging van het huishoudelijk reglement
Schriftelijke behandeling
Vooronderzoek
Aanwijzing griffier.
Aanwijzing griffier.
Wijziging
Wijziging
Wijziging
Wijziging
Kennisgeving samenstelling
Kennisgeving samenstelling
Kennisgeving samenstelling
Kennisgeving samenstelling
Taak en werkzaamheden