| |
|
Leerlingenstatuut
IINLEIDING
Een leerlingenstatuut is een soort wetboekje waarin alle rechten en plichten van de leerlingen in staan. Elke school is wettelijk verplicht om een leerlingenstatuut te hebben.
In het statuut moet geregeld zijn: - de handhaving van de goede gang van zaken op school - de regeling van geschillen. - de bescherming van persoonlijke gegevens. - de wijze waarop de zorg voor de kwaliteit van het onderwijs wordt vormgegeven.
Hoe dit op het Fivelcollege geregeld is, kun je lezen in dit statuut.
Het bevoegd gezag van het Fivelcollege
ALGEMEEN
1. Leerlingenstatuut
1.1 Het leerlingenstatuut regelt de rechten en plichten van de leerlingen. 1.2 Het leerlingenstatuut wordt vastgesteld door het bevoegd gezag, die niet tot vaststelling overgaat voordat de medezeggenschapsraad en de leerlingenraad met het leerlingenstatuut hebben ingestemd. 1.3 Het leerlingenstatuut is van toepassing op alle aan de school ingeschreven leerlingen. Het leerlingenstatuut geldt in en buiten de schoolgebouwen en terreinen, zowel onder schooltijd als daarbuiten, bij alle activiteiten die van de school uitgaan. 1.4 Het leerlingenstatuut treedt zo spoedig mogelijk in werking nadat het bevoegd gezag dit heeft vastgesteld en heeft een geldigheidsduur van twee jaar met stilzwijgende verlenging. 1.5 Het leerlingenstatuut kan tussentijds worden gewijzigd op voorstel van hetzij: - de medezeggenschapsraad - de leerlingenraad - tien leerlingen - tien personeelsleden - tien ouders - de schoolleiding - het schoolbestuur.
Een voorstel tot wijziging wordt aan het bevoegd gezag aangeboden. Indien het voorstel tot wijziging wordt overgenomen, stelt het bevoegd gezag het statuut opnieuw voor de duur van twee jaar vast. Het bevoegd gezag gaat niet tot wijziging van het leerlingenstatuut over voordat de medezeggenschapsraad en de leerlingenraad zich over de wijziging hebben kunnen uitspreken. Indien het voorstel tot wijziging niet wordt overgenomen deelt het bevoegd gezag dit, onder vermelding van de redenen, aan betrokkenen mee. 1.6 Indien een maand voordat de geldigheidsduur van het leerlingenstatuut afloopt en het bevoegd gezag geen voorstel tot wijziging heeft ontvangen, zal het leerlingenstatuut in dezelfde vorm wederom twee jaar geldig zijn. 1.7 Het leerlingenstatuut wordt gepubliceerd op de website van de school. In de schoolgids wordt hiernaar verwezen. Het leerlingenstatuut ligt voorts ter inzage op de administratie van de school en wordt op verzoek verstrekt.
2. Begrippen In het leerlingenstatuut wordt onder de volgende begrippen verstaan:
de school: Fivelcollege Delfzijl (met een nevenvestiging in Siddeburen) Chr. Scholengemeenschap voor vmbo-havo-atheneum
leerlingen: alle aan de school ingeschreven leerlingen
ouders: de ouders, voogden en verzorgers van de leerlingen
personeelsleden: de aan de school verbonden leden van de schoolleiding, docenten, onderwijsondersteunende personeelsleden. Ook stagiaires en vrijwilligers rekenen we, om praktische redenen, tot deze categorie
docenten: de aan de school verbonden leraren en andere personeelsleden met een lesgevende taak
schoolleiding: de rector, plv. rector en de conrectoren
managementteam: de rector, plv. rector, conrector(en) en de teamleiders
conrector: het directielid dat een afdeling of locatie leidt
teamleider: het personeelslid dat de dagelijkse leiding van een (deel van een) afdeling heeft bevoegd gezag: het bestuur van de Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs te Delfzijl
medezeggenschapsraad: het orgaan binnen de school ten behoeve van overleg over en toetsing van het gevoerde beleid
leerlingenraad: het vertegenwoordigd orgaan van de leerlingen binnen de school
klassenvertegenwoordiger: de leerling, die zijn klas of groep vertegenwoordigt
schoolreglement: samenstel van regels over de rechten en plichten van de personen en organen, die deel uitmaken van de scholengemeenschap
inspecteur: de inspecteur van het voortgezet onderwijs
geschillencommissie: de commissie die adviseert over geschillen betreffende de toepassing van het leerlingenstatuut.
Dit leerlingenstatuut wordt ten behoeve van de leesbaarheid alleen in de manlijke vorm geschreven. Daar waar “hij” wordt gebruikt, kan ook “zij” worden gelezen.
3. Rechten en plichten in algemene zin
3.1 De leerlingen, en indien deze minderjarig zijn hun ouders, genieten de rechten en zijn gehouden aan de plichten, die voortvloeien uit de onderwijsovereenkomst die met de het bevoegd gezag is afgesloten. 3.2 De leerlingen respecteren in hun gedrag en uitlatingen, de grondslag en doelstelling van de school. 3.3 De leerlingen hebben er recht op dat de docenten zich inspannen om behoorlijk onderwijs te geven. De leerlingen op hun beurt zijn verplicht zich in te spannen in het onderwijsproces zowel op school als thuis als bij overige activiteiten. Het gaat hierbij om zaken als:
Voor de docent geldt dat hij zorgt voor: - een redelijke verdeling van de lesstof over de lessen - een duidelijke en redelijke planning van de lesstof - een goede presentatie, uitleg en keuze van de onderwijsvorm - een verantwoorde keuze voor geschikte schoolboeken, lesmaterialen en media - aansluiting van het opgegeven huiswerk bij de behandelde en de te behandelen lesstof; - toezicht op een zinvolle werksfeer.
Voor de leerling geldt dat hij zorgt voor: - aanwezigheid en actieve deelname aan het onderwijsproces.
3.4 De leerlingen zijn verplicht zich te houden aan de regels die gelden in de school. Evenzo hebben zij het recht organen en personeelsleden te houden aan de regels die ten aanzien van hen gelden in de school. 3.5 De leerlingen en personeelsleden gaan respectvol om met elkaar en alle andere personen in de school. Ook gaan zij respectvol om met andermans eigendommen, zowel van (mede)leerlingen, van medewerkers en van de school 3.6 Leerlingen kunnen zich met een klacht wenden tot de contactpersonen die in de schoolgids staan vermeld.
4. Toelating
4.1 De toelatingscommissie stelt, onder verantwoordelijkheid van de schoolleiding, de criteria vast op grond waarvan een leerling wordt toegelaten tot de school. 4.2 Indien wordt besloten een (aspirant)leerling niet toe te laten, wordt dit besluit, met redenen omkleed, aan hem en, indien hij minderjarig is ook aan zijn ouders, meegedeeld.
5. Kwaliteit van het onderwijs
5.1 Het bevoegd gezag draagt de zorg voor de bewaking van de kwaliteit van het onderwijs, o.a. door middel van het benoemings- en promotiebeleid. 5.2 De leerlingen hebben recht op het volgen van goed onderwijs, waaronder een passende begeleiding. De school streeft ernaar het onderwijs dusdanig in te richten dat de leerling succes kan hebben bij overgang en eindexamen. Indien een leerling meent dat het onderwijs onvoldoende kwaliteit heeft, kan hij dit, met redenen omkleed, kenbaar maken aan de schoolleiding. 5.3 Leerlingen hebben in gelijke situaties recht op een gelijke behandeling.
6. Dagelijkse gang van zaken
6.1 Aanwezigheid. De leerlingen zijn verplicht deel te nemen aan de lessen en de activiteiten die in het kader van het onderwijs en/of de begeleiding worden georganiseerd. De overige afgesproken schoolregels zijn vermeld in de schoolgids. 6.2 Indien de docent bij aanvang van de les niet aanwezig is, vraagt de klassenvertegenwoordiger bij de receptioniste of de teamleider of de les doorgaat. De overige leerlingen blijven in de kantine totdat door of namens de teamleider een oplossing wordt geboden. 6.3 Indien een leerling ongeoorloofd afwezig is bij de lessen kan de meldkamermedewerker, onder verantwoordelijkheid van de teamleider/conrector een passende maatregel opleggen. 6.4 Indien een leerling afwezig is geweest, meldt hij zich bij terugkomst op school bij de vakdocenten om een plan op te stellen voor het inhalen van de opgelopen achterstand.
7. Procedure Halt-afdoening schoolverzuim
Inleiding
Hieronder volgt een beschrijving van de Haltprocedure afdoening schoolverzuim in het arrondissement Groningen. De start is het eigen sanctiebeleid van de school, gevolgd door de eerste verplichte melding van de school aan de leerplichtambtenaar bij het bereiken van de wettelijke grens. Na de tweede melding kan worden besloten om de leerling naar Halt te verwijzen.
Voor de verwijzing naar Halt - Eigen sanctie beleid school Bij minder dan drie dagen in vier weken tijd ongeoorloofde afwezigheid, de lichte spijbelaar, heeft de school een eigen sanctiebeleid, zoals het laten inhalen van uren door de leerling en het informeren van de ouders. - Eerste melding school-leerplichtambtenaar Bij matig spijbelen heeft de school de wettelijke verplichting dit te melden bij de leerplichtambtenaar van de woongemeente van de jongere. Van matig spijbelen is sprake als de leerling meer dan drie dagen aan één stuk heeft gespijbeld of in een periode van vier weken twee en een halve dag heeft gespijbeld, of meer dan twee keer per schooljaar als lichte spijbelaar wordt geregistreerd. - De leerplichtambtenaar zal de bewuste jongere en ouders/verzorgers uitnodigen voor een gesprek waarin, naast een waarschuwing in verband met de afwezigheid van de jongere, ook de redenen van het verzuim in beeld worden gebracht. De leerplichtambtenaar zal dan, in samenwerking met de school en/of hulpverlening, proberen de oorzaken voor de schoolgang te verminderen c.q. op te heffen. - Tweede melding school-leerplichtambtenaar Als blijkt dat de jongere daarna toch weer spijbelt, meldt de school dit direct aan de leerplichtambtenaar. In onderling overleg wordt vstgesteld hoeveel de leerling heeft gespijbeld sinds het waarschuwingsgesprek met de leerplichtambtenaar en of het zinvol is hem of haar door te verwijzen naar Halt. Dit is afhankelijk van de aard van de problematiek van de jongere.
De Halt-procedure - Een jongere wordt naar Halt verwezen als er sprake is van matig schoolverzuim. Een nauwe samenspraak tussen de school (die registreert), de leerplichtambtenaar (die verwijst) en Halt (die uitvoert) is daarbij van belang. - Uitgangspunt zal altijd moeten zijn de inschatting dat een Halt-afdoening voor de jongere pedagogisch het juiste instrument is. De gegeven grenzen zullen daarbij grijs moeten zijn, zodat soms lichte, maar soms ook hardnekkige spijbelaars naar Halt kunnen worden verwezen. - Halt neemt contact op met de school zodra de verwijzing is ontvangen. - Na verwijzing door de leerplichtambtenaar zal de jongere in principe binnen een week samen met zijn ouders/verzorgers worden uitgenodigd voor een eerste gesprek. - In dit eerste gesprek staat het schoolverzuim en het waarom van het schoolverzuim centraal. De procedure wordt uitgelegd en er worden afspraken gemaakt over het maken van een werkstuk en het aantal uren dat gewerkt zal gaan worden. - Bij jongeren onder de 16 jaar moeten zowel de ouders/verzorgers als de jongere zelf schriftelijk akkoord gaan met de afspraken. Vanaf 16 jaar is toestemming van de ouders/verzorgers niet meer noodzakelijk. - Uitgangspunt voor de Halt-afdoening schoolverzuim in de combinatie leerproject en werken. - De leerling zal altijd een werkstuk over spijbelen moeten maken en daarnaast een vast aantal uren moeten werken. - Tevens wordt een Halt-enquête afgenomen, waarbij er onder andere wordt gekeken of bijzondere omstandigheden een rol spelen. Is dit het geval, dan wordt onderzocht in hoeverre een verwijzing naar de jeugdhulpverlening op zijn plaats is. - Bij een mislukte Halt-afdoening worden zowel de leerplichtambtenaar als de school direct geïnformeerd.
Vaststelling aantal uren Voor het vaststellen van het aantal uren gelden de volgende criteria: - Voor schoolverzuim geldt een basisstraf van twee uren. Vervolgens moet worden vastgesteld hoeveel dagdelen de jongere heeft gespijbeld sinds het waarschuwingsgesprek met de leerplichtambtenaar. Voor elk gespijbeld dagdeel staat twee uren straf. - Vervolgens komen er, afhankelijk van de leeftijd, nog uren bij: 12/13 jaar = 0 uur 14/15 jaar = 2 uur 16/17 jaar = 4 uur - Van het aldus vastgestelde totale aantal uren worden 2-4 uren besteed aan het maken van een werkstuk. - De school meldt het eerste schoolverzuim na het waarschuwingsgesprek van de leerplichtambtenaar direct. Hierdoor zal het maximum aantal uren van de halt-afdoening nooit hoger dan tien kunnen zijn (twee uur basis en maximaal vier uur voor de leeftijd en vier uur bij één dag schoolverzuim).
Te laat komen Onder te laat komen verstaan we zowel te laat komen bij aanvang ’s ochtends van de lessen als te laat komen na pauzes en tussen de lessen door - Bij tot tien keer te laat komen geldt het eigen sanctiebeleid van de school. Contact met de ouders van de leerling is in deze fase wel een voorwaarde. - Eerste melding school-leerplichtambtenaar. Als een leerling tien keer te laat is gekomen, meldt de school dit bij de leerplichtambtenaar. Er volgt dan een waarschuwingsgesprek met de jongere, de ouders/verzorgers en de leerplichtambtenaar. - Tweede melding school-leerplichtambtenaar Mocht een jongere weer te laat komen op school dan volgt direct een tweede melding aan de leerplichtambtenaar en kan de jongere worden doorgestuurd voor een half-afdoening schoolverzuim.
Vaststelling aantal uren Voor het vaststellen van het aantal uren gelden de volgende criteria: - Voor te laat komen geldt, evenals bij spijbelen, een basisstraf van twee uur. - Eén keer te laat komen na het waarschuwingsgesprek van de leerplichtambtenaar is twee uur extra straf. - Vervolgens komen er, afhankelijk van de leeftijd nog uren bij: 12/13 jaar = 0 uur 14/15 jaar = 2 uur 16/17 jaar = 4 uur - Van het aldus vastgestelde totale aantal uren worden twee tot vier uren besteed aan het maken van een werkstuk. - De school meldt de eerste ker te laat komen na het waarschuwingsgesprek van de leerplichtambtenaar direct. Hierdoor zal het maximum aantal uren van de half-afdoening nooit hoger dan acht kunnen zijn (2 uur basis + maximaal 4 uur voor de leeftijd + twee uur bij één keer extra te laat komen).
Tot slot: Van de scholen wordt verwacht dat de ouder(s)/verzorger(s) van leerlingen worden ingelicht over de mogelijkheid van de halt-afdoening schoolverzuim. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een nieuwsbrief of een artikel in de schoolgids.
8. Gedrag
De school verwacht van de leerlingen een positieve bijdrage aan het schoolklimaat. In de schoolgids staan de leefregels vermeld waaraan de leerlingen zich dienen te houden.
9. Veiligheid.
De leerlingen gedragen zich zodanig dat de veiligheid in en rond de school zoveel mogelijk wordt gewaarborgd. De voorschriften worden daarbij in acht genomen.
10. Schade.
10.1 De school aanvaardt geen wettelijke aansprakelijkheid voor schade die buiten haar verantwoordelijkheid wordt toegebracht aan bezittingen van leerlingen. Evenmin aanvaardt de school wettelijke aansprakelijkheid voor het verlies van bezittingen van leerlingen die in of bij de school of tijdens schooltijd zijn zoekgeraakt. 10.2 Indien een leerling schade toebrengt aan het schoolgebouw, aan de leermiddelen die zich daarbinnen bevinden of aan andere, onder het beheer van het bevoegd gezag staande zaken, dan wordt deze hersteld op kosten van de leerling die de schade heeft veroorzaakt of, indien deze minderjarig is, op kosten van zijn ouders. 10.3 Indien een minderjarige leerling voor enige schade verantwoordelijk is, stelt de school de ouders hiervan in kennis. 10.4 Het bestuur biedt de leerlingen de mogelijkheid een kluisje te huren voor het veilig opbergen van eigendommen. 10.5 De school heeft een verzekering afgesloten waarop een beroep kan worden gedaan indien de leerling als gevolg van de lespraktijk schade of letsel wordt toegebracht.
11. Huiswerk
De leerlingen maken het opgegeven huiswerk volgens de voorschriften die de docent hen geeft. De docenten van een klas of een groep zorgen ervoor het huiswerk zodanig op te geven en te spreiden dat van een evenwichtige en reële belasting sprake is.
12. Toetsing, beoordeling en rapportage
12.1 Toetsing van de vordering van het leerproces kan geschieden door: - repetities/proefwerken. - mondelinge en/of schriftelijke overhoringen. - gesprekken en/of spreekbeurten n.a.v. gelezen boeken, werkstukken e.d. - practicum, turn- en spe(e)lopdrachten en werkstukken. - andere vormen van toetsing. 12.2 De wegingsfactor voor de becijfering van ieder toets wordt aan het begin van de betreffende periode kenbaar gemaakt aan de leerlingen. 12.3 Repetities die buiten de toetsweken om worden afgenomen worden tenminste één week van de tevoren opgegeven. Hiervoor zijn de leerlingen en de docenten gezamenlijk verantwoordelijk. 12.4 Een proefwerk kan alleen lesstof bevatten die niet korter dan drie schooldagen voordat het proefwerk plaatsvindt, is behandeld 12.5 Een leerling hoeft in principe niet meer dan één proefwerk per dag te maken, tenzij er zich bijzondere omstandigheden voordoen die door de betreffende teamleider gemotiveerd worden aangegeven. In de proefwerkweek mogen er niet meer dan twee proefwerken per dag worden gemaakt. Uitzondering op deze regel is een toets waarvoor geen specifieke voorbereiding nodig is. 12.6 Voor de bovenbouw havo/atheneum geldt dat de roostermaker en de teamleider tijdig met de resonansgroep overleggen over het toetsrooster. 12.7 Een docent beoordeelt een afgenomen toets, repetitie/proefwerk binnen twee weken nadat deze is afgenomen, tenzij er zich bijzondere omstandigheden voordoen. Dit ter beoordeling van de afdelingsconrector. De normen van de beoordeling worden door de docent meegedeeld en zonodig toegelicht. 12.8 Een leerling heeft recht op inzage in zijn toets nadat deze is beoordeeld. Indien een leerling het niet eens is met de beoordeling, kan hij dit binnen drie werkdagen na inzage kenbaar maken aan de docent die de toets heeft afgenomen. 12.9 Indien een toets zich daartoe leent, wordt deze na de beoordeling door de docent met de leerlingen besproken. 12.10 Indien een werkstuk meetelt voor een rapportcijfer dan dient van tevoren bekend te zijn aan welke normen dit moet voldoen, wanneer het gereed moet zijn en welke sancties er staan op het te laat of niet inleveren ervan. 12.11 Een rapport geeft de leerling en de ouders/verzorgers een overzicht van zijn prestaties voor alle vakken over een bepaalde periode. Voor de onderbouw 4 rapporten (4 perioden), voor de bovenbouw havo atheneum 4 rapporten (4 perioden) en bovenbouw vmbo (4 perioden). Een rapportcijfer voor de onderbouw is gebaseerd op tenminste twee cijfers. Voor de bovenbouw geldt het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA). De leerlingen ontvangen aan het einde van elk jaar een overzicht van de behaalde resultaten van hun examendossier. 12.12 Indien het cijfer op het eindrapport (mede) wordt bepaald door de cijfers van voorafgaande rapporten dan dient van tevoren de wegingsfactor van de rapporten bekend te zijn. 12.13 Indien de studieresultaten van een leerling aanleiding geven tot het treffen van maatregelen, dienen deze vooraf met de leerling en indien deze minderjarig is met zijn ouders, te worden besproken. 12.14 Wie op heterdaad wordt betrapt bij spieken tijdens een toets of op andere onregelmatigheden, kan door de docent worden bestraft met een cijferreductie die de docent zelf bepaalt. Treft het enig deel van het examen (bovenbouw) dan treedt het examenreglement in werking.
13. Overgang, keuze van onderwijs
13.1 De school stelt normen vast waaraan een leerling moet voldoen om naar het volgende leerjaar te kunnen overgaan. 13.2 De leerling kan, rekening houdend met de clusters en roostertechnische mogelijkheden, zijn keuze voor een bepaalde richting van het onderwijs of voor een bepaalde samenstelling van zijn profiel kenbaar maken. 13.3 Indien een leerling twee keer blijft zitten, moet hij de school verlaten. In specifieke omstandigheden kan de docentenvergadering beslissen dat een leerling toch op school mag blijven. 13.4 De school is gehouden aan de wettelijke verblijfsduur voor leerlingen in het vmbo en in de eerste drie leerjaren van havo en atheneum. In het vmbo gelden enkele uitzonderingen (zie WVO) (zie toelichting).
14. Schoolonderzoeken/examens 14.1 Aan de leerlingen van leerjaar 4 en 5 havo, leerjaar 4, 5 en 6 atheneum en leerjaar 3 en 4 vmbo, wordt aan het begin van het examenjaar, doch uiterlijk voor 1 oktober, het programma van toetsing en afsluiting uitgereikt. Dit programma bevat regels over de wijze van toetsen van kennis en vaardigheden van deze leerlingen alsmede op welke wijze het cijfer van het schoolonderzoek wordt vastgesteld. 14.2 Het bevoegd gezag stelt het examenreglement vast. Dit reglement bevat regels over de wijze waarop het examen wordt afgenomen, de wijze waarop de cijfers worden gegeven, regels over verzuim bij examens, examenfraude, herexamen en over de mogelijkheden om tegen beslissingen betreffende het examen bezwaar te maken. Dit examenreglement wordt eveneens voor 1 oktober aan de examenkandidaten uitgereikt.
15. Disciplinaire maatregelen
15.1 De leerling die de in de school geldende regels niet nakomt, kan een disciplinaire maatregel worden opgelegd. Een dergelijk maatregel kan worden opgelegd door een conciërge, een docent, de afdelingsconrector, teamleider of door het schoolbestuur.
Disciplinaire maatregelen kunnen zijn: - het maken van strafwerk. - het uit de les verwijderd worden. - nablijven. - gemiste lessen inhalen. - opruimen van gemaakte rommel. - uitvoeren corveewerkzaamheden
De volgende disciplinaire maatregelen zijn voorbehouden aan de schoolleiding - ontzegging van de toegang tot de school en de omliggende terreinen. - schorsing - definitieve verwijdering van school.
Het geven van lijf- en tuchtstraffen is ten strengste verboden. 15.2 Bij het opleggen van een maatregel moet er sprake zijn van een redelijke verhouding tussen de ernst van de aanleiding tot het opleggen ervan en de zwaarte van de maatregel. 15.3 Indien een leerling meent dat hem ten onrechte een maatregel door een docent of andere medewerker is opgelegd, kan hij dit aan de schoolleiding ter beoordeling voorleggen. 15.4 Een leerling die de goede voortgang van de les verstoort, is verplicht de les te verlaten zodra de docent hem dit opdraagt. Hij moet zich onmiddellijk melden bij de meldkamermedewerker, dan wel diens vervanger. 15.5 Een leerling die bij herhaling de in de school geldende regels overtreedt of die zich schuldig maakt aan ernstig wangedrag, kan door of namens de schoolleiding worden geschorst dan wel definitief van de school worden verwijderd. 15.6 Het schorsingsbesluit wordt, met opgave van redenen, schriftelijk aan de leerling, en indien hij minderjarig is ook aan zijn ouders, meegedeeld. 15.7 Indien een leerling langer dan een dag wordt geschorst, meldt de directie dit, met opgave van redenen, bij de onderwijsinspectie en de leerplichtambtenaar van de woongemeente van de leerling. Een leerling wordt ten hoogste voor één week geschorst, verlenging is mogelijk met opgaaf van redenen. 15.8 Indien de schoolleiding besluit tot definitieve verwijdering van een leerling, stelt deze eerst de leerling, en indien hij minderjarig is ook zijn ouders, in de gelegenheid om zich hierover uit te spreken. In geval het een leerplichtige leerling betreft, dient de directie eerst overleg te voeren met de onderwijsinspectie. 15.9 Tijdens de procedure tot verwijdering kan een leerling worden geschorst.
15.10 Een leerling kan niet uitsluitend op grond van onvoldoende resultaten in de loop van het schooljaar worden verwijderd. 15.11 Indien een leerling meent dat hem ten onrechte een maatregel door de schoolleiding is opgelegd, kan hij deze ter beoordeling voorleggen aan de geschillencommissie. 15.12 Het besluit tot definitieve verwijdering wordt, met opgave van redenen, schriftelijk aan de leerling en indien hij minderjarig is ook aan zijn ouders, meegedeeld. Voorts geeft de directie daarbij aan dat er om herziening van het besluit kan worden gevraagd. Indien een leerling definitief wordt verwijderd meldt de directie dit, met opgave van redenen, aan de onderwijsinspectie en de leerplichtambtenaar van de woongemeente van de leerling. 15.13 Een verwijderde leerling en indien hij minderjarig is ook zijn ouders, kan binnen dertig dagen nadat hij definitief is verwijderd, aan de directie om herziening van het besluit tot verwijdering vragen. De directie stelt de leerling, en indien hij minderjarig is ook zijn ouders, in de gelegenheid zich over de kwestie uit te spreken. Voorts voert de directie hierover overleg met de onderwijsinspectie en, indien wenselijk, met andere deskundigen. De directie stelt de leerling en indien hij minderjarig is ook zijn ouders, in de gelegenheid om de adviezen of rapporten in te zien die betrekking hebben op de beslissing op het verzoek tot herziening. De directie beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek, maar niet later dan na dertig dagen na ontvangst hiervan.
16. Privacy
16.1 Leerlingenregistratie. Van alle leerlingen worden door de school gegevens geregistreerd. Deze gegevens dienen correct te zijn. De betrokken leerling en indien jonger dan 16 jaar ook zijn ouders, kunnen deze gegevens inzien en indien nodig vragen deze te wijzigen. 16.2 Ten aanzien van de vastgelegde gegevens over de leerlingen wordt onderscheid gemaakt tussen persoonsgegevens en registratie van overige gegevens 16.3 De registratie van persoonsgegevens vindt plaats in overeenstemming met hetgeen daarover is vastgelegd in de privacywetgeving. 16.4 Ten aanzien van de persoonsgegevens - heeft iedere leerling het recht om te verifiëren wat er over hem in het leerlingenregister staat vermeld - heeft iedere leerling de plicht om veranderingen door te geven. 16.5 Toegang tot en verstrekking van de persoonsgegevens: - hebben schoolmedewerkers, de leerlingen en de ouders/verzorgers. Deze informatie mag niet zonder toestemming van de betrokken leerling c.q. de ouders/verzorgers worden doorgeven aan personen of instanties buiten de school - Rapportcijfers mogen zonder toestemming van de betrokken leerling worden doorgegeven aan de directeur van de basisschool (conform art. 9 Inrichtings- en examenbesluit VWO) 16.6. Bij enquêtes onder de leerlingen moet duidelijk zijn wat het doel ervan is en aan welke derden de informatie wordt doorgegeven. Deelname aan enquêtes geschiedt op vrijwillige basis.
17. Seksuele intimidatie
Het bevoegd gezag heeft een procedure vastgesteld waarlangs seksuele intimidatie kan worden gemeld en waardoor hierop adequaat kan worden gereageerd. Deze procedure is opgenomen in de klachtenregeling. Deze regeling is gepubliceerd op de website van de school. In de schoolgids wordt hiernaar verwezen. De klachtenregeling ligt tevens ter inzage bij het secretariaat van de school en wordt op verzoek verstrekt. Per locatie zijn er twee vertrouwenspersonen aangesteld. De namen hiervan staan vermeld in de schoolgids.
18. Inspraak
18.1 Leerlingenraad. - De leerlingen kunnen voor hun belangen opkomen via de leerlingenraad. Deze raad kan de medezeggenschapsraad (MR) adviseren en worden door de MR geraadpleegd over aangelegenheden die voor de leerlingen van belang zijn. - Deze leerlingenraad is er ook voor vragen, opmerkingen en suggesties van de leerlingen over alle zaken die met de school te maken hebben. - De schoolleiding stelt in overleg met de leerlingen een reglement vast over de taak en samenstelling van de leerlingenraad, over de verkiezing van de leden van de raad en over de wijze van overleg tussen de leerlingenraad en over de schoolleiding, evenals over de faciliteiten die de leerlingenraad bij de uitoefening van zijn taak ten dienste staan. 18.2 Andere vormen van inspraak. Het bevoegd gezag legt in het medezeggenschapsreglement regels vast over de verkiezing van leerlingen in de medezeggenschapsraad alsmede over hun rechten en plichten in deze raad. Het bevoegd gezag kan leerlingen betrekken bij het uitreiken van een vaste benoeming van personeelsleden. Deze raadpleging geschiedt door middel van een af te nemen enquête dan wel het invullen van een vragenlijst.
19. Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering
19.1 Algemeen. De leerlingen zijn vrij hun mening te uiten, mits die niet in strijd is met de goede gang van zaken in het onderwijs en de school- en fatsoenregels. 19.2 Leerlingen dienen elkaars mening en die van anderen te respecteren. Uitingen die discriminerend of anderszins beledigend zijn worden niet toegestaan. 19.3 Indien er sprake is van discriminatie of belediging kan de schoolleiding passende maatregelen treffen.
20. Schoolkranten
De schoolleiding stelt, in overleg met de redactie van de schoolkranten, een redactiereglement vast waarin de verantwoordelijkheid en de beschikbaarheid van geld en papier e.d. voor de schoolkrant wordt geregeld. De schoolleiding kan de publicatie van de schoolkrant of een deel daarvan verbieden indien de inhoud daarvan in strijd is met de grondslag of doelstelling van de school dan wel discriminerende of beledigende artikelen bevat.
21. Aanplakborden
Leerlingen kunnen, na verkregen toestemming van de schoolleiding, mededelingen die voor leerlingen van belang zijn plaatsen op de aanwezige aanplakborden in de school. Deze mogen niet in strijd zijn met de grondslag of doelstelling van de school en evenmin discriminerende of beledigende teksten bevatten.
22. Bijeenkomsten
De schoolleiding stelt desgewenst ruimte ter beschikking voor bijeenkomsten van leerlingen. Een en ander binnen de feitelijke mogelijkheden van de school.
23. Geschillen
Indien leerlingen, personeelsleden en andere aan de school verbonden organen menen dat de in het leerlingenstatuut vermelde artikelen onzorgvuldig worden toegepast, dienen zij het gerezen geschil op te lossen met de/het betrokken persoon/orgaan of de personen/organen met wie het geschil is gerezen. Indien blijkt dat het onderling oplossen van het geschil redelijkerwijs niet tot de mogelijkheden behoort, kan dit worden voorgelegd aan de geschillencommissie.Deze beoordeelt het geschil en adviseert op welke wijze dit eventueel kan worden opgelost. De geschillencommissie wordt gevormd door twee leerlingen/ouders, twee docenten en een voorzitter die niet tot de leerlingen/ouders of docenten behoort. De leden van deze commissie worden door het bevoegd gezag benoemd na advies van de medezeggenschapsraad. De medezeggenschapsraad voert, voordat hij het advies uitbrengt, overleg met de leerlingenraad over de keuze van de leden uit de leerlinggeleding. De voorzitter van de commissie wordt voor drie jaar benoemd, de leden van de commissie uit de leerlingen/ouders en de docenten worden, zo mogelijk, voor twee jaar benoemd. De voorzitter is dhr. H. Warris. De docenten in de geschillencommissie zijn: mevrouw P. Ettema-Talsma en de heer J. Ozinga. Namens de ouders heeft zitting: mevrouw K. Uil-Wiering en namens de leerlingen: Frank Stam. Alleen bezwaren die schriftelijk zijn ingediend en duidelijk zijn gemotiveerd, worden door de commissie in behandeling genomen. Degene(n) die het bezwaar heeft/hebben aangetekend en degene(n) tegen wie het bezwaar is gericht wordt/worden door de commissie gehoord alvorens zij advies uitbrengt. De geschillencommissie adviseert de schoolleiding binnen een maand nadat zij het bezwaar heeft ontvangen. De schoolleiding reageert op dit advies binnen twee weken nadat het het advies heeft ontvangen.
24. Toelichting
24.1 Onderwijsovereenkomst (punt 3.1.). De rechten en plichten van leerlingen volgen in beginsel uit de overeenkomst die de leerlingen/ouders met de school hebben gesloten. Een dergelijke overeenkomst is in de vorm van het aanmeldingsformulier gegoten. Indien de leerlingen minderjarig zijn (in het algemeen geldt de leeftijdsgrens van 18 jaar) sluiten de ouders deze overeenkomst en zijn de ouders uiteindelijk verantwoordelijk voor het genieten en naleven van de rechten en plichten van hun kinderen. Zodra de leerlingen meerderjarig zijn wordt deze overeenkomst stilzwijgend door hen overgenomen en gaat de verantwoordelijkheid voor de rechten en plichten voor de leerlingen zelf gelden.
|
|
|
|
|
|
|